Er was eens een jonge bever die op kamp voor het eerst zelf een marshmallow mocht roosteren boven een echt kampvuur.

Vol trots zat de bever met een lange prikstok bij het vuur. De marshmallow werd langzaam goudbruin. Tenminste… dat was het plan.

Want zoals iedereen weet, luisteren marshmallows niet altijd naar hun baasjes.

Plotseling begon de marshmallow een beetje te roken. Toen een beetje meer. En voor iemand “omdraaien!” kon roepen, veranderde de witte wolk in een klein gloeiend vuurballetje.

“Uh-oh…”

Met een onverwachte sprong schoot de marshmallow los van de stok. Door de lucht vloog een vurige, plakkerige raket. Even leek het alsof hij op weg was naar de maan.

Maar nee.

De vliegende marshmallow koos een andere landingsplaats.

Gelukkig was de schrik groter dan het ongelukje. Het kampvuurteam kwam direct in actie en al snel kon de jonge bever er zelf alweer om lachen. Sterker nog: de rest van het kamp werd het verhaal steeds groter.

Volgens sommige bevers vloog de marshmallow wel twintig meter hoog.

Volgens anderen draaide hij drie rondjes om het kampvuur.

En volgens één bijzonder fantasierijke bever had de marshmallow zelfs zijn eigen raketmotor.

Wat wel echt waar is: de jonge bever liet zich niet uit het veld slaan. Er werden nog vele avonturen beleefd, hutten gebouwd, spellen gespeeld en marshmallows geroosterd. Met iets meer voorzichtigheid misschien, maar zeker niet met minder plezier.

Toen het tijd werd om over te vliegen naar de welpen, kregen de bevers een bijzonder insigne. Een herinnering aan avontuur, kampvuurgezelligheid en het feit dat je soms de mooiste verhalen overhoudt aan de kleinste ongelukjes.

En ergens, diep in Hotsjietonia, wordt nog steeds gefluisterd over de legendarische vliegende marshmallow.

Mocht je tijdens een kampvuur een wit wolkje door de lucht zien schieten…

dan weet je genoeg.